Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Kunst voor das Reich: archiefwerk met impact

Texte petit  Texte normal  Texte grand
11/01/2023 - Onderzoek - Publicaties - Algemeen Rijksarchief 2 - depot Joseph Cuvelier

‘Na 8 jaar onderzoek legt Geert Sels de puzzelstukken bij elkaar die hij aantrof in verschillende archieven.’ Zo staat het op de flaptekst van het boek ‘Kunst voor das Reich’, dat voor het eerst omvattend het verhaal van nazi-roofkunst in België vertelt. Het gaat dan onder andere om archieven in Parijs, Koblenz en Den Haag. Maar veel van de archiefbestanden die de auteur in die periode stelselmatig doorzocht, bevinden zich in het Rijksarchief.

Een goed vertrekpunt om meer te weten over de kunst die de nazi’s in België verwierven, hetzij geroofd of aangekocht, is het archief van de Dienst voor Economische Recuperatie (DER). Wie dat raadpleegt, neemt de estafettestok over van de Belgische Monuments Men die vlak na de oorlog kunst probeerden terug te halen uit Duitsland. Uit dat archiefbestand komen al enkele spelers van de kunstmarkt op de voorgrond, tekenen de lijnen van de kunsttrafiek zich af en zijn er indicaties dat de kunstrecuperatie moeizaam verliep.

Pas door deze informatie te matchen met buitenlandse databanken zijn de reizen te reconstrueren die schilderijen na de oorlog aflegden. Zo blijken het Louvre, Tate Britain, het Getty Museum en de Yale Art Gallery schilderijen te bezitten die uit België afkomstig zijn. Door er materiaal uit andere archieffondsen naast te leggen blijkt dat België er niet alleen een belabberde kunstrecuperatie op nahield, maar dat het teruggavebeleid van de geallieerden nadelig uitdraaide voor ons land. ‘Kunst voor das Reich’ toont aan dat Nederland, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en zelfs Rusland nog altijd kunst hebben die naar België had moeten terugkeren.

Cruciaal in dit onderzoek was de zoektocht naar de roofpraktijken van de nazi’s. De aanzetten daaromtrent uit het DER-archief vonden ondersteuning in andere archiefbestanden, zoals dat van het sekwester op het Brüsseler Treuhandgesellschaft, dat van de Verwaltung van joodse bezittingen en de oorlogsschadedossiers. Van daaruit was het eveneens mogelijk een brug te slaan naar het archief voor oorlogsslachtoffers. Die kennis kristalliseerde zich uit tot een afzonderlijk hoofdstuk over het pseudolegale universum waarin de nazi’s zich, jonglerend met hun verordeningen, een speeltuin konden creëren waarin ze zich veel konden permitteren.

Uit een ander hoofdstuk blijkt dat de kunstmarkt tijdens de oorlog een feest zonder weerga was. De auteur kon de kasboeken van veilinghuis Campo inkijken, nam in het Paleis voor Schone Kunsten het archief van het PSK-veilinghuis door en vergeleek dat met het archief van veilinghuis Van Herck, bewaard in het Rijksarchief Beveren. Het aantal veilingen steeg, het aantal loten nam toe en tegen 1943 gingen de prijzen helemaal door het lint.

De betrokkenheid van de kunsthandelaars, die nochtans zeer gewillig zakendeden met de nazi’s, werd echter een afknapper. Er waren na de oorlog weinig auditoraatsdossiers tegen handelaars. ‘Kunst voor das Reich’ noemt het verbijsterend dat de joodse zaak na de oorlog een non-issue was en dat de handelaars die toch ondervraagd werden er makkelijk mee wegkwamen. Toch was er nog een klein, venijnig archiefje: dat van de Emissiebank. Dat toonde zwart op wit aan dat sommige betrokkenen wel degelijk sommen geld uit nazi-Duitsland hadden ontvangen. Een enkele keer leidde een auditoraatsdossier onverwacht tot een spectaculaire doorbraak. Dat was toen de gegevens over Galerie Hartveld uit het Parijs archief een staartje kregen in een Belgisch auditoraatsarchief. Van de geliquideerde galerie bevinden zich schilderijen in het Museum voor Schone Kunsten van Gent en in Tate Britain.

Was het DER-archief een goed vertrekpunt, dan waren de Vreemdelingendossiers steeds een betrouwbare toetssteen om naar terug te keren. Niet zelden hadden slachtoffers van roofkunst zo’n dossier, vaak met aanwijzingen om elders verder uit te zoeken. De aanwinstenlijsten van de grote musea voor schone kunsten bevatten soms aankopen of schenkingen van mensen die pas aan het nazi-regime in Oostenrijk of Duitsland ontsnapt waren. Via de Vreemdelingendossiers was het mogelijk om hun identiteit en beweegredenen te achterhalen. Daarbij bleek dat joodse vluchtelingen kunst afstonden in ruil voor een visum naar België of dat ze kunst verkochten om te overleven. Nabestaanden van die personen hebben aangekondigd dat ze bij Belgische musea claims zullen indienen om de werken terug te krijgen.

Een maand na het verschijnen van ‘Kunst voor das Reich’ waren er vier interpellaties in het Vlaams Parlement. Minister van cultuur Jan Jambon kondigde aan dat hij middelen zou vrijmaken om onderzoek te doen naar nazi-roofkunst in Belgische musea. Archiefwerk kan wel degelijk impact hebben.

De publicatie

Auteur Geert Sels is cultuurredacteur bij De Standaard. Daarnaast is hij geassocieerd onderzoeker bij het CegeSoma.

Ontdek meer op 25 januari in het CegeSoma

Tijdens de eerste sessie Publieksgeschiedenis van 2023 laat het CegeSoma Geert Sels aan het woord over Hoe de nazi’s massaal kunst uit België weghaalden?  Hij wordt geïnterviewd door Kim Oosterlinck, die zelf deskundige in de materie is. Meer info

www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement