Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Migratiegeschiedenis: 60.000 vluchtelingendossiers naar het Algemeen Rijksarchief

Texte petit  Texte normal  Texte grand
20/09/2016 - Aanwinsten - Algemeen Rijksarchief

Geïnteresseerd in 20ste-eeuwse migratiegeschiedenis? Kom een nieuwe bron aanboren in het Algemeen Rijksarchief! Afgelopen zomer zijn 60.000 individuele dossiers inzake erkenningsaanvragen van vluchtelingen overgedragen door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. De dossiers omvatten alle vluchtelingenaanvragen uit de onmiddellijke naoorlogse periode en het begin van de Koude Oorlog (1944-ca.1960).

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog dienden meer dan 9 miljoen ontheemde personen (Displaced Persons) in Europa te worden gerepatrieerd naar hun thuisland. De Koude Oorlog zorgde ervoor dat ongeveer een miljoen Oost-Europese ontheemden in West-Europa weigerden om terug te keren naar de overkant van het ijzeren gordijn. De Verenigde Naties trachtten de permanente opvang van deze personen te verzekeren via een individuele erkenningsprocedure, eerst door de International Refugee Organisation (IRO), vanaf 1952 door de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. België stemde zijn vluchtelingenbeleid af op dit internationaal vluchtelingenregime, vastgelegd in de Conventie van Genève van 1951. Voortaan was een vluchteling een persoon met een gegronde vrees voor vervolging in zijn of haar land van herkomst omwille van ras, nationaliteit, behoren tot een sociale groep, geloofsovertuiging of politieke overtuiging. Wie beantwoordde aan deze definitie kon bescherming genieten.

De tienduizenden dossiers met erkenningsaanvragen van vluchtelingen zijn gevormd door de Belgische afdeling van de IRO en vanaf 1954 door de Belgische vertegenwoordiger van de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. Meer dan 20.000 dossiers handelen over ontheemden die in de jaren 1940 werden gerekruteerd voor mijnarbeid en die voornamelijk afkomstig waren uit Amerikaanse kampen voor Displaced Persons. Wat de jaren 1950 betreft, maken Oost-Europeanen het voorwerp uit van de meeste dossiers, met de Hongaarse opstand in 1956 als grootste aanleiding. Inhoudelijk bevatten vrijwel alle dossiers een of meerdere aanvraagformulieren met identificatiegegevens van de kandidaat-vluchtelingen, die mettertijd steeds gedetailleerder worden. Zo vermelden de formulieren vanaf de jaren 1950 de opleiding, het beroepsleven en het parcours van de betrokken personen doorheen Europa. In vele gevallen krijg je als onderzoeker hierdoor een goed zicht op de lotgevallen van de vluchtelingen voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

De vluchtelingendossiers bevatten dus informatie die niet opduikt in verwante archiefbronnen zoals vreemdelingen- en naturalisatiedossiers, waardoor ze een “missing link” vormen in het onderzoek naar personen die het vluchtelingenstatuut ambieerden. Op basis van het aantal dossiernummers over de jaren 1944-1960 bedraagt hun aantal naar schatting 7% van alle geregistreerde immigranten. De vreemdelingen- en naturalisatiedossiers bevatten op hun beurt gegevens over het verdere verblijf van deze personen in België, wat hun opvolging over een langere tijdspanne mogelijk maakt.

Meer info

Op zoek naar meer informatie? Een vraag m.b.t. het opzoeken en raadplegen van een vluchtelingendossier? Contacteer ons!

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement