Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Brain-projecten in de kijker: vier nieuwe projecten op stapel

Texte petit  Texte normal  Texte grand
26/01/2015 - Divers - Algemeen Rijksarchief

Eind 2014 werden binnen het BRAIN-programma van Belspo vier nieuwe onderzoeksprojecten geselecteerd waarop het Rijksarchief intekende. In tijden van budgettaire krapte is dit bemoedigend nieuws. De deelname aan BRAIN-projecten is immers een van de weinige mogelijkheden voor het Rijksarchief om bijkomende middelen te verwerven voor de ontwikkeling van wetenschappelijke activiteiten.

  1. BELVIRMUS - WW2: Een virtueel museum over de Tweede Wereldoorlog in België
  2. IMMIBEL - Uitgesloten of verwelkomd? Clusters van buitenlandse inwijkelingen in België (1840-1890)
  3. JUSINBELLGIUM - Een eeuw gangmakende jurisprudentie. Een digitale databank van Belgische precedenten in internationale rechtspraak, 1914-2014
  4. MADDLAIN - Het identificeren van de noden met het oog op het moderniseren van de toegang tot digitale gegevens in bibliotheken en archieven

1. BELVIRMUS - WW2: Een virtueel museum over de Tweede Wereldoorlog in België

In 2014-2019 wordt 75 jaar begin/einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht. De herdenkingshype rond de Eerste Wereldoorlog doet vermoeden dat het grote publiek de komende jaren ook storm zal lopen voor de herdenking van WOII. Toch bestaat tot op heden, ondanks een groeiende interesse, geen museum dat een stand van zaken geeft van het WOII-onderzoek in België, of een overzicht biedt van raadpleegbare archieven en documentatie ter zake. Dit Brain-project wil pro-actief op deze vraag inspelen door een virtueel museum over de Tweede Wereldoorlog in België te creëren. De tweede doelstelling is om een theoretische reflectie te ontwikkelen over het ideale concept voor een virtueel museum.

In eerste instantie zal worden gefocust op de onderzoektopics collaboratie en repressie, vanwege de grote interesse hiervoor vanuit de onderzoekswereld, maar ook het dagelijks leven tijdens de oorlog, het verzet, de oorlogsslachtoffers, … komen aan bod.

2. IMMIBEL - Uitgesloten of verwelkomd? Clusters van buitenlandse inwijkelingen in België (1840-1890)

Het project IMMIBEL bevindt zich op het kruispunt van de migratiegeschiedenis, de maritieme geschiedenis, de technologie- en wetenschapsgeschiedenis en de sociale geschiedenis. Het gaat om een inter- en cross-disciplinair onderzoek naar de schaal en de aard van socio-culturele confrontaties die voortkwamen uit migratie naar België. De periode van onderzoek (1840-1890) was een uitzonderlijke periode in de Europese en Belgische geschiedenis, gekenmerkt door opwaartse mobiliteit en toenemende economische integratie. Het opkomen van de ‘moderne natiestaat’ verbreedde de kloof tussen binnen- en buitenland.

Het project spitst zich toe op drie soorten migranten die in de bronnen aan bod komen:
1. Verdreven/ongewenste buitenlanders (interactie met repressief staatsbeleid)
2. Zeelieden, werkzaam in een zeer internationaal georiënteerde sector
3. Zgn. ‘kenniswerkers’ (wetenschappers, technici, academici), die bijdroegen aan de verspreiding van nieuwe ideeën en technologieën (in de aanloop naar de tweede industriële revolutie)

Voor dit project worden een reeks bijzonder rijke archiefbestanden van het Rijksarchief in stelling gebracht, waaronder meer dan 150.000 individuele vreemdelingendossiers uit de "eerste reeks" van het Bestuur der Openbare Veiligheid (1840-1890), ca. 40.000 namen uit de stamboeken van zeelieden, ca. 13.000 koninklijke besluiten tot verwijdering, ca. 2.700 vestigingsdossiers en ca. 4.800 naturalisatieaanvragen. De databanken die uit het project voortkomen, zullen op termijn geïntegreerd worden in de algemene zoekrobot van het Rijksarchief, zodat ze beschikbaar worden voor verder academisch onderzoek.

3. JUSINBELLGIUM - Een eeuw gangmakende jurisprudentie. Een digitale databank van Belgische precedenten in internationale rechtspraak, 1914-2014

In het post-Koude Oorlog-tijdperk en in de nasleep van de conflicten in o.m. Joegoslavië, Rwanda, Sierra Leone en Cambodja ontstonden tal van nieuwe vormen van internationaal strafrecht. De ondertekening van het Statuut van Rome in 1998, dat de basis legde voor de oprichting van het Internationaal Strafhof, vormde een eerste orgelpunt van deze evolutie. Toch gebeurde de uitbouw van het internationaal strafrecht niet zonder slag of stoot. Enkele grootmachten weigeren het Statuut van Rome te ratificeren en over de jurisprudentie van het internationaal strafrecht bestaat geen consensus.

België heeft in de uitbouw van een internationaal strafrecht steeds een voortrekkersrol gespeeld. De verklaring hiervoor kan o.m. gezocht worden in het feit dat België het enige Europese land is dat tijdens beide wereldoorlogen (bijna volledig) bezet werd; dat België als voormalige mandaathouder historische en politieke verantwoordelijkheid droeg in het conflict in Rwanda (jaren 1990); en dat België algemeen een politieke en intellectuele traditie heeft van strijd voor het internationaal recht.

De archieven die uit deze strijd tegen straffeloosheid zijn voortgekomen, zijn weinig gekend, ook bij onderzoekers. Bovendien is de toegang tot deze archieven vaak problematisch. Historici en sociale wetenschappers die gebruik maken van rechtbankarchief hebben vaak te weinig aandacht voor de wetgevende context waarin de archieven tot stand kwamen. Rechtsgeleerden durven op hun beurt de historische context te verwaarlozen.

Dit project wil een geïntegreerd werkinstrument ontwikkelen voor de studie van het Belgisch aandeel in de uitbouw van het internationaal strafrecht. In een eerste fase moeten honderden processen waarin België betrokken was, geïnventariseerd worden. Vervolgens moeten de geïnventariseerde archiefbestanden – naar schatting ong. 100.000 folio’s – gedigitaliseerd worden. En in laatste instantie moet een onderzoeksinstrument gecreëerd worden dat een vlotte toegang tot deze massa aan informatie toelaat en interdisciplinair van aard is, zowel bruikbaar voor advocaten die een proces voorbereiden, als voor historici en vele anderen.

Het onderzoeksinstrument zal ontwikkeld worden binnen de krijtlijnen van het Legal Tools Project van het Internationaal Strafhof in Den Haag en worden opgenomen in het digitale portaal van het Internationaal Strafhof.

4. MADDLAIN - Het identificeren van de noden met het oog op het moderniseren van de toegang tot digitale gegevens in bibliotheken en archieven 

Sinds midden jaren 1990 zijn culturele instellingen het digitale tijdperk ingetreden. Nieuwe technologieën op het vlak van scanners, gebruikersplatformen, opslagmedia en internet boden en bieden nieuwe mogelijkheden voor het beheer en de valorisatie van culturele collecties. Elk stadium van de kennisproductie bevat vandaag een digitale component. Sinds het begin van de jaren 2000 heeft het Federale Wetenschapsbeleid toegang tot gedigitaliseerd erfgoed als één van zijn prioriteiten beschouwd. In april 2004 keurde de regering een 10-jarig digitaliseringsplan goed, dat uitmondde in 9 digitaliseringsprojecten verspreid over verschillende instellingen. In 2014 startte de tweede fase van dit plan. Naast het scannen van documenten gaat de aandacht nu uit naar een gemeenschappelijk platform voor lange termijn opslag en een gemeenschappelijk portaal voor de validering van de gedigitaliseerde collecties.

De wereldwijde omslag naar Open Acces en Born-Digital Records heeft een enorme impact op de gebruikers in het algemeen, maar ook op de werkmethoden binnen de humane wetenschappen. Instellingen moeten in staat zijn nieuwe noden en verwachtingen van hun publiek te identificeren, niet enkel om tegemoet te komen aan nieuwe denkbeelden, maar ook om deze te stimuleren.

Dit project neemt de gebruiken van het publiek van het Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek en het CEGESOMA inzake toegang tot digitale informatie onder de loep. De doelstelling is om zowel de heersende praktijken in kaart te brengen, als om de antwoorden van de drie instellingen op nieuwe noden te formuleren. Het project bevat drie componenten:

  1. een algemene praktijkstudie
  2. een studie van e-learning praktijken (met universiteitsstudenten uit de humane wetenschappen als doelgroep)
  3. een studie van virtuele onderzoekomgevingen (met onderzoekers uit de humane wetenschappen als doelgroep)

Methodologisch zullen twee wegen worden bewandeld: onderzoek van gestructureerde data uit de databanken en websites van de drie betrokken instellingen, naast onderzoek van ongestructureerde data uit gebruikersenquêtes.

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement