Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Archeologie in het archief

Voorjaarslezing

Texte petit  Texte normal  Texte grand
01/06/2018Rijksarchief te Leuven: Vaartstraat 24, 3000 LeuvenTarieven: Gratis toegangContact : rijksarchief.leuven@arch.be - +32 (0)16 31 49 54

Tijdens de tweeledige voorjaarslezing van het Rijksarchief te Leuven en het Documentatiecentrum Vlaams-Brabant verken je de nauwe relatie tussen archiefdocumenten en archeologisch onderzoek.  Ontdek hoe de studie van beeld- en tekstmateriaal bijdraagt aan het beoordelen van de potentiële archeologische waarde van sites.

Historicus Bart Minnen (HAGOK) neemt je mee langs een reconstructie van de (vroeg)middeleeuwse nederzettingsevolutie in de Dijlevallei (Haacht en Keerbergen), die wacht op het doorstaan van de archeologische toets. Archeoloog Tim Vanderbeken (IOED Oost-Haspengouw & Voeren) vertelt uit praktijkervaring hoe archeologen historische documenten benutten om hun toekomstig werkterrein te analyseren. Of hoe ze zonder te graven al ondergronds erfgoed ontdekken!

1. Archeologie en historische geografie in het archief. De casus van het vroegmiddeleeuwse dorp en de burcht van Ansbrugge (Haacht/Keerbergen)   
Bart Minnen (historicus, Haachtse Geschied- en Oudheidkundige Kring)

In Vlaams-Brabant staat onderzoek naar het ontstaan en de evolutie van dorpen en gehuchten tijdens de middeleeuwen nog in zijn kinderschoenen. Archeologisch onderzoek blijft noodgedwongen beperkt tot noodopgravingen en vaak worden de resultaten niet of onvoldoende in een brede historische context geplaatst. Inzicht in de vorming van nederzettingen vereist een regionale en multidisciplinaire aanpak. Grondig archivalisch micro-onderzoek kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Dat blijkt uit de casus van de nederzetting Ansbrugge aan de Dijle op de grens van Haacht en Keerbergen.

Een bekende hagiografische tekst van rond 980 bevat een tot nog toe onopgemerkte passage over het dorp Andesbrucken aan de Dijle, met een nabije adellijke residentie. Op basis van eerder gevoerd lokaal heemkundig onderzoek, een recente toponymische studie, en nieuw historisch-geografisch en archivalisch onderzoek, is de hele nederzettingsevolutie van dit deel in de Dijlevallei (Haacht en Keerbergen) te reconstrueren van de vroege middeleeuwen tot in de 13e eeuw, waarbij die evolutie kan worden gesitueerd binnen de bredere context van de economische en politieke ontwikkelingen in dit gebied. Het is nu wachten op de archeologische toets.

Bart Minnen is doctor in de geschiedenis. Hij is één van de medeoprichters van de Haachtse Geschied- en Oudheidkundige Kring, waarvan hij tussen 2012 en 2015 voorzitter was. Als auteur van historische en cartografische publicaties gaat zijn aandacht vooral uit naar de ontwikkeling van middeleeuwse dorpsgemeenschappen en naar de landelijke geschiedenis van het 
samenvloeiingsgebied Demer-Dijle en het Hageland. In zijn proefschrift uit 2011, Den heyligen Sant al in Brabant. De Sint-Martinuskerk van Wezemaal en de cultus van Sint-Job 1000-2000, onderzocht hij de wisselende dynamiek in de devotie in een lokale bedevaartkerk, sinds 1232 bediend door norbertijnen uit Averbode.

 

2. Archeologen zonder schop. Ondergronds erfgoed ontdekken zonder te graven
Tim Vanderbeken (archeoloog, IOED Oost-Haspengouw & Voeren)

Hoe weten archeologen waar ze moeten graven? Archeologen weten dat eigenlijk niet, net zo min als ze weten wat ze gaan aantreffen wanneer ze de schop in de grond steken. Zijn er dan geen middelen om archeologen bij te staan en hun zoektocht te vergemakkelijken? Gelukkig wel. Met een dosis geluk, intensieve speurtochten naar oud kaartmateriaal en andere hulpmiddelen krijgen ze (soms) een relatief goed beeld van de plek waar ze aan de slag gaan. In deze lezing geven enkele concrete voorbeelden uit Vlaams-Brabant (Kesselstein, Haacht, Wezemaal en Tielt) en Limburg (Voeren, Gingelom, Riemst, Kortessem en Heers) inzicht in hoe archeologen werken en hun toekomstig werkterrein analyseren,  en soms vaststellen dat ze de bal compleet misslaan.

Tim Vanderbeken is archeoloog, alumnus van de KU Leuven. Na enkele binnen- en buitenlandse werkervaringen ging hij in 2005 aan de slag als allereerste intergemeentelijke archeoloog op Limburgs grondgebied, in de Zuid-Oost Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD). De werking van deze dienst werd in 2009 verruimd naar het totaalpakket van onroerend erfgoed, dus inclusief bouwkundig erfgoed en landschappen. In 2015 werd ZOLAD+ erkend als één van de eerste Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddiensten en een jaar later omgedoopt tot IOED Oost-Haspengouw & Voeren.

 

Praktisch

  • 1 juni 2018, van 19.00u tot 21.00u
  • Rijksarchief te Leuven: Vaartstraat 24, 3000 Leuven
  • Reservatie is verplicht. Reserveren kan tot 31 mei 2018 via documentatiecentrum@vlaamsbrabant.be of 016 31 49 50.

Leestip

Deze tentoonstelling delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement