Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Lezer van de maand

Kleine letters  Normale letters  Grote letters

De 23-jarige doctorandus Vitus Sproten is een Duitstalige Belg uit St. Vith, die voor zijn masterverhandeling de rol analyseerde die de Duitstalige openbare radiozender van België sinds 1960 speelde in het streven naar autonomie van de regio. Voor zijn onderzoek bezocht hij regelmatig de Rijksarchieven te Eupen, Luik en Brussel. In het Rijksarchief te Eupen was hij bovendien een tijdje vrijwilliger en stagiair. Vandaag doet hij er onderzoek voor het Centrum voor regionale geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap, en voor het doctoraat dat hij intussen voorbereidt. Lees verder en ontdek de tips en vondsten van Vitus!

Even voorstellen…

De 23-jarige Vitus Sproten is een Duitstalige Belg uit St. Vith. Hij studeerde aan de universiteiten van Trier en Luik en diende begin dit jaar een masterthesis in met als titel “Ostbelgien hört Ostbelgien” (De Oostkantons luisteren naar de Oostkantons”). In zijn eindwerk analyseert Vitus de rol die de Duitstalige openbare radiozender van België (Belgischer Hörfunk, later de Belgischer Rundfunk) sinds 1960 heeft gespeeld in het streven naar autonomie van de regio. Voor zijn onderzoek bezocht hij regelmatig de Rijksarchieven te Eupen, Luik en Brussel. Hij was ook vrijwilliger en stagiair in het Rijksarchief te Eupen.

Momenteel verricht Vitus voornamelijk onderzoek in Eupen, St. Vith en Luxemburg. Hij is halftijds medewerker van het in 2014 opgerichte Centrum voor regionale geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap (Zentrum für Regionalgeschichte in der Deutschsprachigen Gemeinschaft) en werkt daarnaast aan de universiteit van Luxemburg aan een doctoraatsverhandeling over de grensoverschrijdende geschiedenis van de media in de regio Rijn-Maas na 1945.

Waarom ben je vandaag in de leeszaal van het Rijksarchief te Eupen?

Ik bezoek het Rijksarchief te Eupen om informatie te verzamelen over de geschiedenis van de radio in de Oostkanttons, in het kader van een artikel voor het vierde deel van de reeks “Grenservaringen – Een geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap van België” (Grenzerfahrungen,  Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens), sinds 2014 uitgegeven door het Centrum voor regionale geschiedenis. Mijn bijdrage gaat over de nieuwe media en technologieën die tijdens het interbellum en de Tweede Wereldoorlog de communicatie aanzienlijk hebben versneld. Ik schrijf dit artikel in het kader van mijn werk voor het Centrum, en aangezien ik tegelijkertijd een doctoraat schrijf over hetzelfde onderwerp,  zoek ik vooral bronnen die ook in dat verband nuttig kunnen zijn.  

Welk archiefdocument heb je vandaag geraadpleegd?

Momenteel raadpleeg ik een dossier uit het archief van de stad Eupen. Het dateert uit de jaren 1920 en bevat aanvragen om antennes te mogen plaatsen voor radio-ontvangst. Er zitten ook interessante reclamefolders in die info verstrekken over de gebruikte technologie en tegelijk een mooie illustratie vormen bij het artikel.

Dit bronnenmateriaal leert ons twee zaken. Enerzijds zien we hoe een nieuw medium als de radio doordrong in een eerder landelijke regio zoals Eupen. In de jaren 1920 schoten er zowat overal radioantennes als paddenstoelen uit de grond, zoals blijkt uit de talrijke aanvragen die door de inwoners werden ingediend. Anderzijds leert de geschiedenis van Eupen-Malmedy ons dat de communicatie in diezelfde periode afgeremd werd. Dit was eerst te wijten aan perscensuur en het verbod op de invoer van Duitse kranten tijdens de volksraadpleging. Nadien werd de pers op een zeer gerichte wijze “gebruikt”. De mensen geloofden destijds dat de radio deze trend wel kon keren, maar in alle landen werd de radio als propaganda-instrument aangewend, zelfs in scholen. Zo luisterden de scholieren bijvoorbeeld naar de uitzending van de begrafenisplechtigheid van Koning Albert I. In de jaren 1930 liet het naziregime dan weer aan de Belgisch-Duitse grens zendmasten oprichten.

Welke zijn volgens jou de sterke en zwakke punten van het Rijksarchief?

In alle Rijksarchieven waar ik onderzoek verricht heb, kreeg ik steeds een warm onthaal.

De begeleiding bij een eerste bezoek aan een leeszaal kan wel beter. Niet alle Rijksarchieven werken op dezelfde manier qua inventarisering, methode voor het aanvragen van documenten, procedures in de leeszaal, enz. In eerste instantie loop je als bezoeker wat verloren. Maar als je hulp nodig hebt, krijg je wel bekwame en gekwalificeerde medewerkers tegenover je. Ik kreeg goede raad als ik het vroeg en kreeg de dossiers snel ter beschikking.

Welke raad zou je geven aan andere lezers van het Rijksarchief?

Wend je tot een archivaris! Bij de opstart van een omvangrijk project mag je echt niet aarzelen om raad te vragen aan de rijksarchivarissen. Zij kennen de bronnen en collega’s uit andere diensten, en zijn zeker bereid je te helpen en nuttige tips te geven. Bovendien weten ze welke inventarissen nog in voorbereiding zijn en welke archieftoegangen nog niet online staan. Ze kennen ook de verwante archiefbronnen en de bestanden die in andere depots worden bewaard.  

Wat is het mooiste/meest interessante document dat je ooit bij ons gevonden hebt?

Hier vermeld ik graag een uitzonderlijk stuk uit een archiefbestand dat ik zelf heb geïnventariseerd. In een document waarin Hubert Jenniges stelling neemt rond “Eerlijke politiek in grensregio’s en tegenover minderheden” (Gedanken über eine ehrliche Grenzland und Minderheitenpolitik) heeft hij het over de dromen en verwachtingen die aan de basis lagen van de Europese integratie. Hij spreekt in dit verband duidelijke taal: er moet worden afgestapt van het nationale en centralistische overwicht, evenals van elke beperkte, steriele, bekrompen en nationalistische staatsideologie. Vervolgens geeft hij een gedetailleerde visie op hoe de Europese samenwerking door uitwisseling kan verstrekt worden, en hoe men kan komen tot een eengemaakt Europees continent waar alle volkeren en religies vreedzaam kunnen samenleven en waar nieuwe ideeën tot bloei kunnen komen.

Wat me aan dit stuk zo fascineert, is dat het door een burger geschreven is: het is géén toespraak van een Spaak, Adenauer of Schuman! Het document toont aan hoe vijftig jaar geleden een gewone burger de Europese gedachte zag als een teken van hoop, mogelijkheden en vertrouwen en dat hij vol ongeduld op dat Europa zat te wachten. De auteur benadrukt ook dat minderheden en grensregio’s een belangrijke rol kunnen spelen als bruggenbouwers tussen regio’s, landen en volkeren op voorwaarde dat hun land hen op een eerlijke manier bejegent.      

Lees meer

Deze pagina delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement