Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Subsidie voor een interuniversitair project rond archiefonderzoek over industrieel vervuilde gronden

Texte petit  Texte normal  Texte grand
30/04/2019 - Rijksarchief te Brussel

De minister bevoegd voor onderzoek in de Federatie Wallonië-Brussel, Jean-Claude Marcourt, heeft een subsidie van € 60.000 toegekend ter ondersteuning van een interuniversitair project. Het consortium dat daarvoor werd opgericht, wordt gecoördineerd door de vzw La Fonderie, terwijl de wetenschappelijke coördinatie wordt waargenomen door het Rijksarchief te Brussel. Concreet bestaat het consortium uit de ULB, het Centrum voor geschiedenis van wetenschappen en techniek van de universiteit van Luik, de pool geschiedenis en sociologie van het leefmilieu van de universiteit van Namen, het Earth and Life Institute van de UCL, Brusselfabriek - Sociaal en Industrieel Patrimonium, en het Rijksarchief.

Minister Marcourt wijst op de kwaliteit van het ingediende project: “Met dit project wordt archiefonderzoek gestimuleerd over industrieel vervuilde gronden in Brussel en in Wallonië. Het zal ons heel wat kunnen leren over de toekomst van ons grondgebied. Concreet wil het project leiden tot een beter gebruik van geschiedkundige en archivalische gegevens voor bodemanalyses, het identificeren van vervuiling en de impact daarvan op de gezondheid van de mensen en op het leefmilieu.”  

In een eerste fase zal op twee plaatsen een onderzoeksmethodologie worden uitgeprobeerd: in La Louvière, in het centrum van Wallonië, en in de wijk Kuregem in het Brussels Gewest, twee zones die een belangrijk industrieel verleden hebben gekend. Het interdisciplinair project zal verschillende stakeholders samenbrengen om een methodologie uit te stippelen en een archivalisch-historische cartografie uit te werken die onontbeerlijk is voor de opmaak van impactstudies.  

Op basis van de ervaringen met de eerste fase zal het pilootproject verder worden uitgerold over Wallonië en Brussel. In dat verband zal een netwerk worden uitgebouwd met vakgebieden zoals aardkunde, stedenbouw, epidemiologie, volksgezondheid en artificiële intelligentie. Bij deze fase zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van ondernemingen en sectoren en van vakorganisaties, evenals beleidsverantwoordelijken.

In een laatste fase volgt de ontwikkeling in het kader van het EIONET-project dat wordt beheerd door het Joint Research Center van de Europese Commissie en waar Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meerdere best practices en de neerslag van hun ervaringen kunnen inbrengen om die goede praktijken vervolgens te verspreiden.

Het project houdt rekening met de economische, bestuurlijke en reglementaire eigenheden van elk van de regio’s waaruit de Federatie Wallonië-Brussel bestaat. Het wil een nieuw soort tool aanreiken om de gemeentelijke en regionale overheden te helpen beslissingen te nemen bij het vastleggen van territoriale ontwikkelingszones. De regio’s waaruit de Federatie Wallonië-Brussel bestaat, kunnen zo voordeel halen uit de wetenschappelijke toegevoegde waarde van die Federatie. Er zal een nieuwe archivalische en heuristische denkpiste worden ontwikkeld om de bebouwde ondergrond beter in kaart te brengen en zo een maximum aan informatie te verzamelen over de elementen die de verspreiding van verontreiniging beïnvloeden. Deze aanpak zal vervolgens worden toegepast op een Waalse case study waarbij historisch onderzoek wordt verricht rond een geheel aan percelen die als ontwikkelingszone kunnen worden aangemerkt. Er zal daarvoor een methodologie worden ontwikkeld die schaalvoordelen biedt en die tegelijk een meer inclusieve aanpak mogelijk maakt. Een geïntegreerde methode voor impactstudies waarin ook geschiedkundige en archivalische gegevens zijn opgenomen, zal een veel beter inzicht bieden in de gevolgen van beleidsbeslissingen die werden genomen inzake het grondgebied.   

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement