Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

De Maaltijd van de Verloren Zoon: een vreemd vastengebruik in Antwerpen (1549)

Texte petit  Texte normal  Texte grand
31/03/2017 - Inventarisatie - Divers - Rijksarchief te Antwerpen - Rijksarchief te Beveren

Bij de herinventarisatie van de reeks testamenten in het Antwerpse Kathedraalarchief vond een archivaris van het Rijksarchief te Antwerpen-Beveren een vermelding van een wel heel bijzonder gezelschap: De Maaltijd van de Verloren Zoon. De voornaamste, zoniet de enige, activiteit van dat gezelschap was het jaarlijks inrichten van een meer dan copieuze feestmaaltijd, net zoals in de parabel, maar dan wel tijdens de vasten. Maar één van de leden van het gezelschap, priester Jan Coomans, bleek op zijn sterfbed wroeging te hebben…

Priester Jan Coomans, afkomstig uit Tienen en kapelaan in de Onze-Lieve-Vrouwkerk, lag op 24 januari 1549 ziek te bed in zijn huis in de (Grote) Beggaardengang, waar hij notaris Hubertus Bruynincx had ontboden om zijn testament op te tekenen. Nadat de testateur de nodige schikkingen voor zijn begrafenis had getroffen, verklaarde hij dat hij lid was geweest van een gezelschap of “compaengie” met de naam ‘De Maaltijd van de Verloren Zoon’.

De voornaamste, zoniet de enige, activiteit van dat gezelschap was het jaarlijks inrichten van een meer dan copieuze feestmaaltijd, net zoals in de parabel, maar dan wel tijdens de vasten. Coomans gaf grif toe dat dit overvloedig eten én drinken absoluut niet bevorderlijk was voor het zielenheil. Meer nog: het verwekte schandaal en was in alle opzichten een slecht voorbeeld. Waar hij nog het meest spijt van had, was dat hij een of twee jaar voordien, tijdens zo’n maaltijd, in beschonken toestand had beloofd om na zijn dood een jaarlijkse erfrente van vier carolusgulden na te laten voor deze maaltijd. Dat beweerden althans zijn gezellen, die jammer genoeg niet bij naam worden genoemd. Zelf, zo probeerde hij zich te verontschuldigen, wist hij het niet meer omdat hij toentertijd te dronken was, maar er zou zelfs een contract van bestaan. Omdat hij geen aanleiding wilde geven tot nog meer excessieve eet- en drinkgelagen, herriep hij nu eenzijdig die belofte of overeenkomst en legateerde de vier gulden erfelijk deels aan de gemeenschap van de kapelanen en deels aan zijn petekind. Toch liet hij de ‘broederschap’ niet helemaal in de kou staan, want hij schonk zijn medebroeders eenmalig twintig carolusgulden, “tot behoef van den voers. Maeltijt van den Verloeren Soene”.

Lees meer over het Antwerpse kathedraalarchief

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement