Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Tweede Wereldoorlog: archief van Provinciaal Comité van Winterhulp Oost-Vlaanderen

Texte petit  Texte normal  Texte grand
14/09/2015 - Inventarisatie - Publicaties - Rijksarchief te Gent - Rijksarchief te Namen - Rijksarchief te Luik

Sinds de zomer van 2015 is het archief van het Provinciaal Comité van Winterhulp voor de provincie Oost-Vlaanderen raadpleegbaar voor onderzoek. De series briefwisseling met de plaatselijke comités, die de hoofdmoot van het bestand uitmaken, geven een unieke inkijk in de Oost-Vlaamse couleur locale tijdens en in de nasleep van WOII.

De organisatie Winterhulp binnen de oorlogscontext

Weinig gebeurtenissen zijn zo ontwrichtend voor een economie en de voedselvoorziening als een oorlog. Om een wildgroei aan liefdadigheidsorganisaties tegen te gaan, de ergste nood van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te lenigen en de orde in het land te bewaren, richtten de secretarissen-generaal op 29 oktober 1940 op aandringen van de Militärverwaltung Winterhulp op.

In de provincie Oost-Vlaanderen waren er in Gent en in enkele gemeenten reeds begin oktober 1940 door VNV’ers Winterhulp-afdelingen opgericht. Deze afdelingen werden vanaf november 1940 opgenomen in de nationale Winterhulpstructuur, waarbij het overwicht van VNV’ers werd afgezwakt. In de loop van de jaren zullen echter, op aangeven van het VNV en de bezetter, terug meerdere Nieuwe Orde-gezinden opgenomen worden in zowel het provinciale comité als in de plaatselijke comités. Na de bevrijding werd het provinciale comité overigens “gezuiverd” van leden die zich “onvaderlands” hadden opgesteld.

Met de besluitwet van 5 mei 1944 werd, net zoals een hele rist andere instellingen die onder het beleid van de secretarissen-generaal tot stand waren gekomen, de oprichting van Winterhulp nietig verklaard door de Belgische regering in Londen. Dit had echter weinig weerslag op de werking van Winterhulp. Het land was immers nog steeds bezet en de wet zelf werd pas op 1 september 1944 bekendgemaakt. Daarnaast was het de wens van de regering om de instellingen die van fundamenteel belang waren voor de bevoorrading nog verder te laten functioneren. Halfweg september 1944 wijzigde Winterhulp van naam – een symbolische breuk met het verleden – en zette de werking voort onder de benaming Nationaal Hulpcomité. Enkele weken later ging de regering op 12 oktober 1944 over tot de liquidatie van Winterhulp/Nationaal Hulpcomité. Deze klus moest uiterlijk binnen de twaalf maanden na de volledige bevrijding van het grondgebied door een college van vereffenaars en een comité van voorlopig beheer geklaard worden. Tijdens deze periode ging Winterhulp onder de naam Nationaal Werk van Hulpverlening (ministerie van Volksgezondheid) door het leven. Vanaf eind april 1945 begon men werk te maken van de stopzetting van de plaatselijke en provinciale comités.



Wat deed Winterhulp?

Het takenpakket bestond uit het verzamelen en herverdelen van giften en bijdragen, het verlenen van materiële en morele steun aan de minder begoeden en zwakkeren in de samenleving, en het stroomlijnen van de activiteiten van andere soortgelijke initiatieven en de inschakeling ervan in de werking van Winterhulp. De werkingsmiddelen bestonden uit subsidies, schenkingen en vrijwillige bijdragen. Via loterijen, collectes, feesten en allerhande culturele activiteiten werd geld opgehaald voor liefdadigheid. Daarnaast kwamen ook de verbeurd verklaarde en aangeslagen goederen bij Winterhulp terecht.

In eerste instantie richtte Winterhulp zich op het bedelen van voedsel, kleding en steenkool. Naarmate de oorlog vorderde, kwamen daar schoolbedelingen bij (soep, melk, vitamines en levertraan) en ging men nauw samenwerken met het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NWKW) voor het verstrekken van geneesmiddelen. Ook ging Winterhulp zich meer en meer richten op specifieke bevolkingsgroepen zoals kinderen, scholieren, zwangere en zogende vrouwen, opgeëisten, politieke gevangenen, oud-strijders en kunstenaars. In oktober 1941 werd in Gent ook een centrale bereidingskeuken ingericht voor heel Groot-Gent.

De archieven van Winterhulp Oost-Vlaanderen

In het najaar van 1945 is de werking van het provinciale comité en de plaatselijke comités in Oost-Vlaanderen stopgezet. De archieven van beide niveaus werden tot 1948 bewaard door de Dienst van Vereffening bij het provinciale comité, van waar ze in 1948 naar het ministerie van Financiën verhuisden. Twintig jaar later, in 1967-1968, werden ze overgebracht naar het Rijksarchief te Beveren, om uiteindelijk, in 2015, in het nieuwe Rijksarchief te Gent terecht te komen.

Het bestand, in totaal 79 strekkende meter archief, heeft betrekking op het Oost-Vlaamse provinciale comité van Winterhulp, vanaf het begin van de werking in 1940 tot aan de stopzetting van de werkzaamheden van het vereffeningscomité van rechtsopvolger Nationaal Werk voor Hulpverlening in 1947. Het provinciale comité van Oost-Vlaanderen legde enkele grote series briefwisseling met de plaatselijke comités aan, die een bijzonder goed beeld schetsen van de politieke couleur locale, maar ook zicht geven op concrete oorlogsfeiten, zoals o.a. de organisatie van de evacuatie van het kustgebied vanaf begin 1944 (aantal vluchtelingen, plaats van herkomst, hun onderkomen, bedeelde rantsoenen en kleding).

De inventaris

De inventaris is te koop in de archiefwinkel van het Algemeen Rijksarchief, in het Rijksarchief te Gent of via publicat@arch.be. U kan de inventaris ook gratis downloaden in pdf-formaat.

Leestips

Ook voor de provincies Antwerpen, Luik en Namen zijn reeds Winterhulp-inventarissen verschenen:

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement