Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Van 'data protection' tot 'right to erasure'

Texte petit  Texte normal  Texte grand
15/12/2014 - Archiefbeheer - Digitalisering - Evenementen - Algemeen Rijksarchief

De Data Protection Regulation (DPR) die sinds 2010 binnen het Europees Parlement wordt voorbereid en die in 2015 van kracht zou moeten worden, staat sinds het zgn. ‘Google Spain’-arrest van het Europees Gerechtshof (13 mei 2014) in het brandpunt van de belangstelling. Begrippen als ‘right to be forgotten’, ‘droit à l’oubli’, ‘right to erasure’, ‘droit à l’effacement’ e.d. die archivarissen, historici, juristen… met veel omzichtigheid hanteren, zijn gemeengoed geworden. Maar welke implicaties hebben deze nieuwe begrippen voor de archiefwereld?

Tijdens een workshop in het Algemeen Rijksarchief op 2 december 2014 bogen archivarissen, onderzoekers, juristen, leden van de Belgische Privacycommissie, medewerkers van studie- en documentatiecentra en vertegenwoordigers van verenigingen voor familie- en heemkunde zich over vragen als: Welke implicaties zullen de nieuwe Data Protection Regulation en in het bijzonder Artikel 17 (‘right to be forgotten’) hebben voor het werk van archivarissen en voor degenen die de archieven gebruiken voor onderzoek: rechtzoekende burgers, historici, journalisten en andere onderzoekers. Waar ligt de grens tussen bescherming van de privacy en censuur? Hoe kan een sector wiens corebusiness het is om betrouwbare en authentieke bronnen te beheren een invloed uitoefenen bij de voorbereiding van dergelijke ingrijpende regelgeving?

Een juridische benadering

Edouard Cruysmans, onderzoeker aan de UCL en FUSL, die een proefschrift voorbereidt over het recht om vergeten te worden, beet de spits af. Hij wees erop dat het vergeetrecht een verzameling van diverse rechten betreft, en dat een sluitende definitie ervan ontbreekt. Het is aan de rechtbanken om de rechten ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer af te wegen tegen het recht op informatie van burger en maatschappij.

In zijn betoog besteedde hij aandacht aan het Google Spain-arrest, dat het mogelijk maakt dat in de EU betrokkenen vragen/eisen dat internetzoekmachines links naar hun persoon verwijderen. Het ‘recht tot het laten schrappen van zoekresultaten op internet’ is niet absoluut: ook het ‘droit à l’oubli numérique’ moet worden afgewogen tegen het recht van het publiek op informatie. Google hanteert daarbij een aantal criteria, vergelijkbaar met de criteria die worden gebruikt door rechtbanken in zaken waarbij persvrijheden worden afgewogen tegen de bescherming van de privacy. Of de betrokken persoon al dan niet een openbaar karakter heeft, speelt daarbij een grote rol, naast het historisch belang van de verstrekte informatie en het tijdsverloop tussen de feiten en de openbaarmaking.

Een archivistische kijk op de zaak

Prof. dr. Theo Thomassen, hoogleraar Archiefwetenschap aan de Universiteit Amsterdam,

relativeerde de impact van de DPR voor de archiefsector. Ook nu al worden selectiecriteria toegepast voor de bewaring en vernietiging van archief; worden voorwaarden opgelegd aan onderzoekers die privacygevoelig materiaal gebruiken… Bovendien worden derogaties op art. 17 voorzien voor dataverwerking met het oog op archivistische, historische, wetenschappelijke en statistische doeleinden. Om een einde te maken aan de onduidelijkheid is bijkomend onderzoek wel nodig, evenals jurisprudentie.

Th. Thomassen acht het cruciaal dat archivarissen aanwezig zijn op het moment dat archieven worden gemaakt en onderstreept het belang van richtlijnen inzake ‘privacy by design’. Welke informatie wordt van bij het begin aangemerkt als privacygevoelig en niet openbaar? Welke documenten mogen zichzelf na verloop van tijd vernietigen? Hoe kan informatie van bij de creatie in verschillende databanken worden ondergebracht, waarbij het onderscheid wordt gemaakt tussen de feitelijke informatie en de persoonsgegevens? Hij besloot zijn inspirerend betoog met een warme oproep aan archivarissen, om zich ook toe te leggen op het archiveren van sociale media.

De blik van de Privacycommissie

Willem Debeuckelaere, voorzitter van de Privacycommissie, lichtte op zijn beurt de recente afspraken toe van de Europese toezichthouders (de evenknieën van de Belgische Privacycommissie) rond het gebruik van uniforme criteria bij de behandeling van klachten over weigeringen door Google tot het verwijderen van links. Volgens de toezichthouders moet het maatschappelijk belang steeds primeren. W. Debeuckelaere benadrukte ook dat de privacy-wetgeving niet van toepassing is op overleden personen.

30 experten in debat

Het debat dat volgde was bijzonder praktijkgericht. Welke gevolgen heeft de DPR voor het online brengen van inventarissen en van gedigitaliseerde bronnen; voor de criteria voor het geven van inzagerecht in ‘gevoelige’ archieven (bv. adoptie- of psychiatrische dossiers, privaatrechtelijke archieven, OCMW-dossiers, vreemdelingen- en repressiedossiers…); of voor het recente KB dat de regels rond de raadpleging van bevolkings- en vreemdelingenregisters wijzigde?  

Karel Velle besloot de bijeenkomst met de aankondiging dat in 2015 een congres aan het thema zal worden gewijd, waarop iedereen van harte welkom is.

Meer info?

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement