Rijksarchief in België

Ons collectief geheugen !

FR | NL | DE | EN
Menu

Een herontdekte oorkonde van de Doornikse Sint-Maartenabdij

Texte petit  Texte normal  Texte grand
14/12/2009 - Restauratie - Aanwinsten - Rijksarchief te Doornik

Bij de brand van mei 1940 in het Rijksarchief te Bergen ging ook de oorkondenverzameling van de Sint-Maartenabdij verloren. Eén charter uit de 12de eeuw ontsnapte aan de vlammen omdat het door een plaatselijke onderzoeker was ontleend. In 1988 kwam het document weer terug in bezit van het Rijksarchief…maar bleef onder de radar. Pas in 2010, na de verhuis van het Rijksarchief te Doornik naar zijn huidige locatie, kwam het stuk weer aan het licht.

In 2009 verhuisde het Rijksarchief te Doornik naar zijn huidige locatie. Na de verhuis werd een partij archieven geopend die afkomstig was van de in 1991 overleden kanunnik Jean Cassart. Eén van de documenten was een akte uit het begin van de 12de eeuw over een schenking aan de Sint-Maartenabdij te Doornik. Er was altijd gedacht dat dit uitzonderlijk stuk onherroepelijk verloren was gegaan bij de brand van het Rijksarchief te Bergen in 1940. Dit perkament is vandaag het oudste originele archiefstuk dat wordt bewaard in het Rijksarchief te Doornik.

Een bewogen geschiedenis

De weg die het stuk heeft afgelegd kan vrij eenvoudig worden gereconstrueerd aan de hand van de stempels van het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief te Bergen die op de akte zijn aangebracht, evenals a.d.h.v. de vermeldingen Don Cassart en 12/8/88, die in twee verschillende handschriften voorkomen op de verpakking.

Het gaat wel degelijk om een document dat ontsnapte aan de brand in het Rijksarchief te Bergen die in mei 1940 de rest van de oorkondenverzameling van de Sint-Maartenabdij vernielde. De akte werd dus vóór mei 1940 uit de verzameling gehaald om te worden uitgeleend (destijds keken archivarissen blijkbaar niet zo nauw als het ging over het reglement) aan een plaatselijk onderzoeker. Pas in 1988 kwam het stuk terug in bezit van het Rijksarchief, als onderdeel van een partij archieven die werd geschonken door kanunnik Jean Cassart (1908-1991). Het legaat werd echter pas geopend in 2010.

Een schenking aan de Sint-Maartenabdij

De akte is niet gedateerd maar verschillende elementen wijzen erop dat ze kan gesitueerd worden tussen 1106 en 1119. Inhoudelijk gaat het over een schenking: abt Raoul van de benedictijnenabdij Saint-Médard te Soissons (Frankrijk) had met instemming van prior Yves een stuk grond, eigendom van de priorij van Saint-Étienne te Choisy en gelegen te Devincourt (Divicurtis) in de regio Noyon nabij Mélicocq, geschonken aan de benedictijner monniken van Sint-Maarten te Doornik.  De schenking gebeurde wel onder een aantal voorwaarden, zoals de inhouding van dubbele tienden, de verplichting landbouwinfrastructuur op te zetten en een ploegcorvée.
    
Choisy-au-Bac is een zeer oude benedictijnenstichting (vóór 695). Mettertijd werd ze een priorij van  Saint-Médard te Soissons. De bezittingen van de abdij omvatten ook “bedrijfsterreinen”. De abdij van Sint-Maarten te Doornik is veel jonger (gesticht in 1094). Raoul d’Osmont, de gedreven prior van Sint-Maarten, voerde een campagne om grond te verwerven. Hij had zijn blik laten vallen op het eigendom Devincourt, hoewel dat op 150 kilometer van Doornik lag. Devincourt kwam dus effectief in handen van de Sint-Maartenabdij en ging later deel uitmaken van de priorij Saint-Amand de Thourotte, die in 1103 werd gesticht door de Doornikse abdij. De landbouwbedrijven die te Devincourt werden uitgebaat dienden om meerwaarde te geven aan de gronden. De productieoverschotten moesten bovendien worden overdragen aan de moederabdij te Doornik. Vanaf 1130 bezat de Sint-Maartenabdij maar liefst een dertigtal landerijen verdeeld over het Doornikerland, de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen, Compiègne en Laon!

De uiterlijke kenmerken van de oorkonde
    
Het betreft een originele oorkonde op perkament,37 cm hoog en 23 cm breed. Het stuk was in slechte staat toen het terug in bezit kwam van het Rijksarchief. Het bovenste gedeelte was vastgekleefd op papier; een “restauratie” uit de 19de eeuw. Bij de voorbereiding van het perkament heeft de kopiist van Saint-Médard te Soissons liniëring aangebracht om de tekst op over te brengen. Hij maakte daarbij gebruik van een droge naald maar drukte zo hard door dat het perkament beschadigd werd. Het vel vertoont dan ook talrijke sneden en scheuren. De tekst is opgesteld in het Latijn (destijds de enige voertaal in diplomatieke stukken) en wordt op drie manieren gevalideerd: door het zegel van de abdij met de afbeelding van een zittende abt (legende : SIGILLVM SC[I MEDARDI]), door een chirografische legende(C[H]IROGRAPHUM S[ANC]TI MARTINI TORNACENSIS) en onderaan met een lijst van getuigen.

De oorkonde wordt momenteel bestudeerd door professor Jacques Pycke (Université catholique de Louvain – Kathedraalarchief Doornik) en Florian Mariage (Rijksarchief te Doornik). Ze werd vakkundig gerestaureerd in het atelier van het Algemeen Rijksarchief te Brussel.

Deze tekst delen:
www.belspo.be www.belgium.be e-Procurement