Thuispagina | Rijksarchieven | Contact
Het Rijksarchief in België
Thuispagina
Wie zijn we?
Centrale directie
Nationale coördinatiediensten
Archiefbewaarplaatsen
Wat doen we voor u?
Wat bewaren we voor u?
Advies over archiefbeheer
Vrijwilligers
Hoe informatie vinden ?
Onderzoek
Activiteiten
Nieuwtjes
Onze zoekrobots
Zoeken in Archieven
Databanken
Zoeken in Bibliotheken
Zoeken naar personen
Zoeken naar personen (vorige versie)
Digitale archieven
Bookmarks

Openingsuren
Bezoekersreglement
Tarieven
Wat kan u bij ons kopen?
Reproducties
Publicaties
Nieuwsbrief
FAQ / Help
Vacatures
Sitemap

© 2012 Rijksarchief in België. Alle rechten voorbehouden.


Federaal Wetenschapsbeleid     Belgium
Thuispagina arrow Archiefbewaarplaatsen arrow Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën
NL | FR | DE | EN
Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën Afdrukken E-mail

Ruisbroekstraat 2

1000 BRUSSEL

Tel: +32 (0)2/513.76.80

Fax: +32 (0)2/513.76.81

Algemeen.Rijksarchief@arch.be

Karel Velle Algemeen Rijksarchivaris

Plaatsvervanger bij afwezigheid:
Michel Van der Eycken, departementshoofd
of
Claude de Moreau de Gerbehaye,departementshoofd


Historiek van het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën

De wetgeving uit de Franse periode bepaalde de structuur van het Belgische Rijksarchief tot 1960. De wet van 5 brumaire V (26 oktober 1796) bepaalde dat de archiefbescheiden van alle door de Franse overheid afgeschafte instellingen en van de administraties moesten verzameld worden in de hoofdplaats van elk nieuw opgericht departement. Voor ons land bleven de bepalingen van de wet van 25 juni 1794 van kracht, die stelde dat de eigendomstitels van de nationale goederen dringend moesten worden opgezocht en dat alle stukken met een ‘feodaal’ karakter als mensonwaardig moesten worden vernietigd! In alle departementen behalve dat van de Twee Neten (de provincie Antwerpen) werden archief­bewaar­plaatsen opgericht, die vanaf 1800 onder het toezicht van de algemeen secretaris van de prefectuur werden geplaatst. Door de Staat betaalde archivarissen traden eerst aan in Brussel en Luik, vervolgens in Bergen en nadien ook in Gent. Na de Belgische onaf­hankelijk­heid werden in de provincie­hoofd­plaatsen waar nog geen Rijksarchief bestond, dergelijke archiefdiensten opgericht: Brugge, Namen, Aarlen, Hasselt en als laatste Antwerpen in 1896.
Naast de reeds bestaande archiefbewaarplaatsen werden na 1960 nog tien nieuwe opgericht: vier arrondissementele in Hoei, Kortrijk, Ronse en Doornik, twee hulparchiefdepots te Saint-Hubert en Beveren, en de rijksarchieven te Eupen, Anderlecht en in Leuven en Louvain-la-Neuve, deze laatste ten gevolge van de splitsing van de provincie Brabant.

Bij Koninklijk besluit van 17 december 1851 werden de Rijksarchieven in de provincies onder de leiding van de algemeen rijksarchivaris geplaatst.
Deze resideerde te Brussel, waar al in 1773, bij keizerlijke depêche, een Bureau des archives werd opgericht.
Brussel bleef, ook na het vertrek van de Oostenrijkers en de komst van de Fransen, de belangrijkste archief­bewaarplaats, en zou onder het Koninkrijk der Nederlanden nog voortdurend aan belang winnen. Eind 1814 werd Pierre-Jean L’Ortye aangeduid als ‘archivarius’ en belast met toezicht over en bewaring en beheer van alle centrale overheids­archieven. Hij werd in 1831 opgevolgd door de eerste echte ‘algemeen rijksarchivaris’, Louis-Prosper Gachard, die al sinds 1826 in dienst was als adjunct van L’Ortye.
Gachard bleef meer dan een halve eeuw aan het hoofd staan van het Belgische Rijksarchief, tot zijn dood op kerstavond 1885!

De Franse wet- en regelgeving bleef van kracht op het Belgische archiefwezen, tot in 1955 de Archiefwet werd gestemd. Deze beperkte Archiefwet is - nu meer dan 50 jaar en ettelijke institutionele hervormingen later - nog steeds in voege, ondanks verschillende initiatieven tot wijziging.

Laatst geupdate ( Tuesday 08 May 2007 )
 
[ terug ]