Page d'accueil | Archives de l'État | Contactez-nous
Archives de l'État en Belgique
Page d'accueil
Qui sommes-nous ?
Direction Centrale
Services de coordination nationale
Dépôts d'archives
Que faisons-nous pour vous ?
Que conservons-nous pour vous ?
Conseils sur la gestion des archives
Bénévoles
Comment trouver de l'information sur ... ?
Projets de recherche
Activités
Quoi de neuf ?
Nos moteurs de recherche
Rechercher dans les archives
Banque de données
Rechercher dans la bibliothèque
Rechercher des personnes
Rechercher des personnes
(ancienne version)
Archives numériques
Bookmarks

Heures d'ouverture
Règlement des visiteurs
Tarifs
Que pouvez-vous acheter ?
Reproduction
Publications
Bulletin d'informations
FAQ / Aide
Postes vacants
Plan du site

© 2012 Archives de l'État en Belgique. Tous droits réservés.


Politique scientifique fédérale     Belgium
Page d'accueil
NL | FR | DE | EN
Archives de l'État à Gand - Historique Version imprimable Suggérer par mail

Het Geraard de Duivelsteen te Gent

Gerardus de Gandavo, miles, dictus diabolus: Geraard van Gent, ridder, bijgenaamd de Duivel. Zo noemde Geraard de Duivel zichzelf in het Latijn in enige oorkonden die van hem bewaard zijn. Hij was de derde zoon van Zeger II van Gent, burggraaf van Gent. De burggraaf was in de 13de eeuw de erfelijke vertegenwoordiger van de graaf van Vlaanderen in Gent. Geraard de Duivel leefde van omstreeks 1200 tot omstreeks 1270 – 1278. Hij huwde met Margareta van Saint-Pol en na haar dood met Elisabeth van Sloten, de dochter van een rijke lakenhandelaar. Zij stierven kinderloos. Geraard en zijn eerste vrouw Margareta werden begraven in de Sint-Janskerk, de huidige Sint-Baafskathedraal.

Vermoedelijk omstreeks 1254 bouwde Geraard de Duivel (samen met de stad Gent ?) een Steen , later het Geraard de Duivelsteen geheten, aan de oever van de Nederschelde (thans de Reep). Een steen  was een stenen stadswoning, een ongewone luxe in tegenstelling tot de overige stadswoningen, die overwegend in hout waren opgetrokken. Het is mogelijk dat het Geraard de Duivelsteen in de plaats kwam van een bestaand (grafelijk ?) gebouw of de uitbreiding was van een bestaand gebouw (de donjon aan de huidige Limburgstraat ?) en dat het aanvankelijk een verdedigende functie had op de grens met Keizerlijk Vlaanderen.

Na de dood van Geraard de Duivel en zijn vrouw werd hun steen verkocht. Omstreeks 1330 was het in het bezit van de stad Gent. De stad liet er allerlei werken in uitvoeren. Het Geraard de Duivelsteen werd gebruikt als wapenarsenaal, en gijzelhuis (= gevangenis voor mensen die hun schulden niet betaalden). Om die reden zou Jacob van Artevelde er gevangen gezeten hebben. Van omstreeks 1435 tot 1569 was het een school van de Broeders van het Gemene Leven of Hiëronymieten. In deze school werd in tegenstelling tot vele andere scholen onderwijs gegeven in de volkstaal. Met de oprichting van het Bisdom Gent werd het bisschoppelijk seminarie erin ondergebracht (1570) en dit tot 1623. Tijdens de Calvinistische republiek (1578-1584) werden er zwakzinnigen in opgesloten. In 1625 kwam het Geraard de Duivelsteen opnieuw in het bezit van de stad Gent. Het steen werd in twee gedeeld. Eén deel diende als weeshuis (het Kuldershuis) tot 1873, en ander deel fungeerde als tuchthuis, een gevangenis voor misdadigers. In 1773 verhuisde het tuchthuis naar de Coupure. In de plaats ervan werden er weer geesteszieken in ondergebracht. De geesteszieken bleven er tot 1816-1828, toen professor Guislain en kanunnik Triest hen er weghaalden om hen elders een menswaardiger behandeling te geven. In de 19de eeuw werden delen van het gebouw ook nog gebruikt als muziekconservatorium en brandweerkazerne (tot 1891).

Het Geraard de Duivelsteen is opgetrokken in Doornikse steen in vroeggotische stijl, met nog romaanse elementen. In de loop van zijn geschiedenis is het steen veelvuldig verbouwd en in de tweede helft van de 19de eeuw drastisch gerestaureerd. Alleen de benedenzaal is nog vrij origineel. Deze benedenzaal wordt ten onrechte een “crypte” genoemd. Maar een echte crypte is het niet. In de middeleeuwen lag deze benedenzaal op straatniveau; het is dus oorspronkelijk de gelijkvloerse verdieping.

Het hele Geraard de Duivelsteen, behalve de “crypte”, wordt thans gebruikt als archiefmagazijn van het Rijksarchief te Gent. In 1873 kocht de Belgische Staat het deel van het Geraard de Duivelsteen, waarin het Kuldershuis was gevestigd, om er het Rijksarchief in onder te brengen. In 1891 kocht de Staat ook het andere deel van het Steen (de donjon), waarin de brandweer gevestigd was. Het Rijksarchief richtte het hele gebouw in als archiefdepot voor het Rijksarchief te Gent. Aan het Geraard de Duivelsteen werd ten behoeve van het Rijksarchief een administratiegebouw in neo-gotische stijl toegevoegd (1904).

In het Rijksarchief te Gent berusten de archieven (in totaal meer dan 7 km planklengte) van zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke archiefvormers waarvan de zetel of vestigingsplaats in principe op het grondgebied van het gerechtelijke arrondissement Gent gelegen was/is.

De voornaamste publiekrechtelijke archiefvormers zijn de hogere gerechtshoven en de centrale overheidsorganen van het graafschap Vlaanderen (tot 1796) en het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen (tot ca. 1870). Verder bewaart het Rijksarchief te Gent minuten van notarissen en archieven van regionale en lokale overheidsorganen, zoals oude schepenbanken en heerlijkheden, gemeenten, rechtsvoorgangers van de OCMW's, kerkfabrieken en polderbesturen, voor zover de bewaring ervan niet door lokale archiefdiensten wordt verzekerd.

Als voornaamste privaatrechtelijke archiefvormers zijn te vermelden de kerkelijke instellingen zoals het bisdom Gent (tot 1802), abdijen, kloosters, begijnhoven, kerken, gasthuizen, godshuizen, hospitalen, ... ; maar ook belangrijke families en particuliere personen, verenigingen en genootschappen, die een rol gespeeld hebben in het politiek, economisch, cultureel en maatschappelijk leven.

Voorts bewaart het Rijksarchief diverse verzamelingen (o.m. kaarten en plattegronden) die betrekking hebben op personen, plaatsen en instellingen in de provincie en het vroegere graafschap Vlaanderen.

Meer gegevens over het gebouw vindt men in: Bouwen door de eeuwen heen. 4na. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, deel 4na. Stad Gent, Gent, 1976, p. 99-102.
Over Geraard de Duivel vindt men informatie in: VAN ACKER K.G., Gent, Geraard van, bijgenaamd de Duivel, ridder, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 11, kol. 254-257.

 
Dernière mise à jour : ( 23-10-2006 )
 
[ Retour ]