| Nos moteurs de recherche | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
© 2010 Archives de l'État en Belgique. Tous droits réservés. |
| Archives de l'État à Anvers - Historique |
|
|
| In uitvoering van de wet van 5 brumaire van het jaar V (26 oktober 1796) werden een aantal archieven van opgeheven en genationaliseerde instellingen samengebracht op de administratie van de prefectuur. Volgens latere gegevens zou de toepassing van deze voorschriften in het departement van de Twee Neten vrij laks zijn gebeurd. O.a. voor deze bestanden en voor het eigen archief bouwde het provinciebestuur in de Geefsstraat in 1851-1852 een klein maar vrij innovatief archiefgebouw naar een ontwerp van architect Geefs. Omwille van brandgevaar werd het gebouwd met een volledig metalen binnenskelet met metalen vloerplaten en trappen en met metalen rekken en planken. Omdat men bij de oprichting van rijksarchieven blijkbaar rekening hield met de oude hoofdplaatsen van de vorstendommen in het ancien régime beschikten Antwerpen en Hasselt bij de definitieve organisatie van de rijksarchieven (Koninklijk Besluit van 17 december 1851) niet over een rijksarchief. Hasselt kreeg er één in 1869 zodat Antwerpen de enige provinciehoofdplaats was zonder rijksarchief. Pogingen van de algemene rijksarchivaris in 1865, 1869 en 1876 om een overheidsarchief op te richten strandden telkens op de onwil van het provinciebestuur om financieel tussen te komen bij dit project. Plannen om een rijksarchief onder één dak te brengen met het stadsarchief van Antwerpen werden door de algemene rijksarchivaris afgeschoten o.a. met het argment dat de toenmalige stadsarchivaris, F.J. Van den Branden, die hij een "littérateur flamand" noemde, geen Latijnse of Franstalige oorkonden zou kunnen lezen! Ook plannen om een nieuw rijksarchief onder te brengen in de nieuwe gebouwen van het Antwerps "Justitiepaleis" liepen op een sisser af. Nieuwe acties werden vanaf 1893 ondernomen waarbij gewezen werd op de vele aanwezige bestanden op het provinciebestuur en in het gerechtsgebouw van Mechelen. Door de afschaffing van het rijksarchief van Doornik kwam er ook enige budgettaire ruimte. Uiteindelijk werd bij Koninklijk Besluit van 24 februari 1896 een rijksarchief opgericht in Antwerpen dat met een zeer bescheiden subsidie van het provinciebesuur werd ondergebracht in een vrij kleine huurwoning in de Hofstraat, in de Antwerpse binnenstad en in juli 1897 zijn deuren opende. De aanvankelijk collectie beperkte zich tot een aantal bestanden (39 -kleine en grote- gemeentearchieven-, wat kerk- en kloosterarchieven -meestal van zeer kleine omvang-, het archief van het Leenhof vna Mechelen, van het kwartier en van de Domeinen van Antwerpen) die met drie spoorwegwagens vanuit het Algemeen Rijksarchief te Brussel naar Antwerpen werden overgebracht. De bibliotheek van het afgeschafte depot van Doornik werd deels overgenomen en alle bestanden samen hadden in 1903 een omvang van 540 m. Het zou tot 1904-1905 duren vooraleer het provinciebestuur de door hem bewaarde bestanden van het ancien régime overdroeg en de vele oude gemeentearchieven, bewaard in het Mechelse gerechtsgebouw, werden pas in 1909 overgedragen. Het getouwtrek om de daar eveneens bewaarde notariële minuten van Mechelse notarissen -in de 18de eeuw verplicht neergelegd bij de Grote Raad- verloor het rijksarchief toen in 1917 beslist werd deze in bruikleen af te staan aan het stadsarchief van Mechelen. Toch nam de omvang van de bestanden snel toe en bleek de voorlopige huisvesting veel te klein. Nadat verschillende voorgestelde locaties (o.a. het Sint-Niklaasgodshuis) werden afgewezen koos men vooral omwille van de goedkope bouwgrond in 1903 voor een nieuwbouw in een nieuwe wijk "Zurenborg" aan de oostelijke stadsrand. Architect Eugène Geefs zette in 1905-1906 een vrij functioneel gebouw neer in neo-renaissancestijl -bekroond met een bronzen beeld van de geschiedenismuze "Clio"- dat alles bij mekaar 121.550 F kostte. Het nieuwe gebouw had een capaciteit van 2.674 m. Omwille van de brandveiligheid had men voor een hoekperceel gekozen en voor een betonconstructie, wat toen zeer innoverend was. Zowel de vloerplaten als de dakconstructie waren van beton, tot zelfs de verticale elementen van de rekken. De gietijzeren trappen had men bewust buiten de magazijnruimten geplaatst en de magazijnen waren gecompartimenteerd en afgesloten met brandvertragende, geblindeerde deuren van plaatstaal (Engels fabricaat). Daarnaast waren de ruiten van de metalen ramen voorzien van een ijzeren vlechtwerk zodat zij bij brand niet uiteensprongen waardoor de zuurstof naar binnen zou stromen maar hoogstens bol konden staan door de hitte. Ook was er een primitieve airco voor een goede verluchting en werd er een netwerk van bliksemafleiders geplaatst. Stevige tralies aan de buitenkant moesten een degelijke inbraakbeveiliging garanderen. Ook was er een klasseerruimte en een ontstoffingslokaal voorzien waarlangs de zuiver gemaakte bescheiden via een afgesloten (hand)lift naar de magazijnen konden gebracht worden. De plannen van deze toch goed geconcipieerde constructie werden voorgesteld op de wereldtentoonstelling van Luik in 1905 en ook na de ingebruikname van het archiefgebouw kwamen archivarissen met bouwplannen o.a. uit Zuid-Afrika, Australië en Joegoslavië hier inspiratie opdoen. Na de ingebruikname van de nieuwe gebouwen eind 1907 nam de omvang van de bestanden regelmatig toe. Ten gevolge van de systematische inspectie van plaatselijke gemeentearchieven werden vanaf 1910 nogal wat archieven van dorpsbesturen en schepenbanken overgemaakt, een beweging die na de eerste wereldoorlog nog werd versterkt (in 1930-1936 droegen 45 gemeenten hun oude archieven over). In 1911 werden ook de notarissen van de provincie Antwerpen die waren opgenomen in het "Notariaat Generaal van Brabant" vanuit het Algemeen Rijksarchief overgebracht. Ook later nog werden, pas na lang aandringen vanuit Antwerpen, bestanden en bescheiden van Antwerpse localiteiten van Brussel naar het Antwerpse rijksarchief overgebracht. Vanaf 1910 maakten ook notariskantoren, vooral van de stad Antwerpen, oude minuten over aan het rijksarchief. Ook de belangstelling voor historisch onderzoek nam toe al bleef die tot 1940 zeer beperkt. In 1897 telde men 36 bezoeken aan het archief, in 1907: 138, in 1918: 115, 1928: 163, 1936: 469. In het gebouw van de Hofstraat bood de "leeszaal" eigenlijk slechts plaats aan één enkele bezoeker, in de nieuwbouw was een ruimere leeszaal ingericht met 9 comfortabele zitplaatsen. Op het einde van de jaren dertig raakte het archiefmagazijn volledig vol en dacht men aan uitbreiding, die door de ontwerpers van het gebouw op het oorspronkelijk perceel reeds was voorzien. Vooral onder impuls van de Duitse "Archivschutz" werd in 1942 een nieuwe vleugel aan de Bosduifstraat bijgebouwd die de opnamecapaciteit verdubbelde. In uitvoering van de archiefwet van 1955 en vooral door tussenkomst van de nieuw opgerichte archiefinspectiedienst werden vanaf 1957 vele -19de eeuwse- archieven en parochieregisters van gemeenten, kerk-, polder- en notariële archieven, archieven van rechtbanken, van buitendiensten van het Ministerie van Financiën (Registratie en Domeinen, Hypotheken), archief van het provinciebestuur en -soms vrij omvangrijke- familiearchieven verworven zodat het gebouw omstreeks 1975 met een capaciteit van ongeveer 7.000 strekkende meter barstensvol zat. Omstreeks 1980 werd dit deels opgelost door alle bestanden van rechtbanken en van federale buitendiensten die nog op het Rijksarchief Antwerpen bewaard werden naar het Rijksarchief in Beveren over te brengen, waarheen reeds voor die periode een 5 km archiefbestanden van dergelijke archiefvormers werden gedraineerd. In de periode 1992-1999 werden heel wat bestanden (vooral gemeente-, kerk- en kloosterarchieven) overgedragen en/of in bewaring gegeven aan de gemeentearchieven van Duffel, Geel, Herentals, Kontich, Lier, Mechelen en Mol. De zo vrijgekomen ruimte werd dadelijk ingenomen vooral door notarieel archief en archief van het provinciebestuur. Door een herschikking van de magazijnen, ingegeven door een te zware belasting van een aantal verdiepingen is de magazijnruimte nu beperkt tot 5.586 m. Plannen voor de bouw van een nieuwe vleugel met magazijnen en kantoren, die reeds vanaf 1994 werden ontworpen zijn ondertussen volledig gefinaliseerd maar wachten nog op uitvoering. Ook het bezoekersaantal nam vooral in de jaren 1960-1973 sterk toe, vooral door het propageren van het genealogisch en heemkundig onderzoek. In 1943 noteerde men 1002 bezoeken (en 119 bezoekers), 1958: 1838 (184), 1964: 2626 (189), 1971: 4486 (579), 1978: 5795 (883). Het Antwerpse rijksarchief werd achtereenvolgens geleid door Edward Gaillard (1897-1905), Jules Vannérus (1905-1914/1919), Alfons Gielens (1914/1919-1942), Etienne Sabbe (1942-1955), Alfons Bousse (1955-1977), Wouter Rombauts (1977-1985), Gustaaf Asaert (1985-1994), Herman Coppens (1998-2001) en Erik Aerts (2002-). Lit.: HOUTMAN E., Het Rijksarchief te Antwerpen. Collectievorming en bouw van een nieuw archief (1896-1914), in Bibliotheek- & Archiefgids, LXX, 1994, p. 17-24. - ID., Camera obscura: een kleine geschiedenis van een archiefdienst. Het personeel van het Antwerps Rijksarchief 1896-1918, in Een kompas met vele streken. Studies over Antwerpen, scheepvaart en archivistiek aangeboden aan dr. Gustaaf Asaert ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag, Antwerpen, 1994, p. 91-99. - ROMBAUTS W., Een rijksarchivaris in de provincie. Enkele nieuwe gegevens betreffende het ontstaan van het Rijksarchief te Antwerpen, o.c., p. Het RA Antwerpen huist sinds 1907 op bovenstaand adres, een hoekperceel in de wijk Zurenborg. Voordien was het ondergebracht in een klein burgerhuis in de Antwerpse binnenstad (Hofstraat). Bij de oprichting van het depot in 1896, was Antwerpen de laatste provincie om een eigen rijksarchief te krijgen: gebrek aan consensus tussen Algemeen Rijksarchief en provinciebestuur hadden eerdere initiatieven doen spaak lopen. Het gebouw dat in 1905-1906 werd neergezet, was werkelijk geconcipieerd als archiefgebouw, met veel aandacht voor ingrepen die schade door brand en vocht moesten beperken: gebruik van gewapend beton (zelfs voor de rekken in de magazijnen), primitieve vorm van airconditioning, gewapend glas, gecompartimenteerde magazijnen met geblindeerde kluisdeuren, goede verlichting¼ Vanaf maart 1942, in volle oorlogstijd, werd een nieuwe vleugel aangebouwd, vooral om de magazijnruimte te verhogen. Maar in de jaren 1980 moesten wegens plaatsgebrek diverse grote reeksen zoals archieven van rechtbanken, registratie- en hypotheekkantoren, van andere federale overheidsdiensten en de verzamelingen parochieregisters en registers van Burgerlijke Stand naar Ra Beveren worden overgebracht. Sinds de jaren 1990 bestaan grootse verbouwingsplannen: het is nu wachten tot de nodige gelden worden vrijgemaakt. De werken gingen eind 2007 van start. | |
| Dernière mise à jour : ( 21-11-2007 ) |